19de – 20ste eeuw

Dagboekfragment van een jonge Emilie Claeys.

Dit is een fictief dagboekfragment en foto gemaakt door Oskar. Klik op de afbeelding om het fragment te lezen.

Emilie Claeys werd al op jonge leeftijd van school gehaald om thuis het vak van haar mama te leren. Claeys heeft haar hele leven gestreden voor gelijke rechten voor de vrouw en die gelijke rechten moesten voor haar al op de schoolbanken beginnen.

Over Emilie Claeys (1855- 1943) 

Emilie Claeys zag op 9 mei 1855 in Gent het levenslicht en groeide op in een arbeidersgezin. Armoede bepaalde haar jeugd. Zoals veel meisjes uit de arbeidersklasse moest ze al vroeg gaan werken om het gezinsinkomen aan te vullen. Rond haar negende haalden haar ouders haar uit de volksschool en kreeg ze thuis van haar mama het vak van spinster aangeleerd. Dat was een typisch beroep voor meisjes uit de arbeidersklasse in de 19e eeuw. Haar familie bereidde haar voor op een leven in de textielindustrie, een sector die Gent domineerde.

Uit latere documenten en brieven blijkt dat Emilie Claeys niet zo blij was met het feit dat ze niet hetzelfde onderwijs had gekregen als jongens. Zij geloofde dat vrouwen economisch onafhankelijk moesten zijn van mannen en dat kon alleen als vrouwen hetzelfde onderwijs kregen.

“Op elk menschelijk wezen heeft geene ware rechten of allen hebben, dezelfde, en diegene welke stemt tegen het recht van anderen verbeurt van dien stond aan, zijne eigene rechten.”


Hoewel ze al op jonge leeftijd moest gaan werken, bleef ze zich ontwikkelen door aan zelfstudie te doen. Ze las alles wat ze kon vinden over literatuur, politiek en sociale kwesties. Zo kwam ze in contact met het socialisme en feminisme.

In de jaren 1880 sloot Claeys zich aan bij de Belgische Werkliedenpartij (BWP). Ze groeide uit tot een van de eerste vrouwelijke socialistische leiders in Vlaanderen. Ze streed onvermoeibaar voor vrouwenstemrecht, betere arbeidsomstandigheden en onderwijs voor vrouwen. In 1891 richtte ze de Socialistische Vooruitziende Vrouwen op en gaf leiding aan het tijdschrift De Vrouw, waarmee ze pleitte voor gelijke lonen en bescherming tegen uitbuiting. Haar strijd botste echter op weerstand binnen haar eigen partij, waar mannelijke leiders haar standpunten te radicaal vonden. In 1894 zette de BWP haar uit de partij.

Ondanks deze tegenslag bleef Claeys zich inzetten voor vrouwenrechten en sociale rechtvaardigheid. Haar werk inspireerde latere generaties feministen en socialisten. Ze overleed in 1943.

Bron: Het archief over de gebouwen voor kleuter- en lager onderwijs (1828-1940) uit het Rijksarchief van Namen.

Onderwijs in de 19de en 20ste eeuw in Vlaanderen

De 19de en 20ste eeuw waren eeuwen vol grote veranderingen op het gebied van onderwijs. Voor 1842 bestond er geen wetgeving over het lager onderwijs in België. Iedereen mocht een school oprichten en een diploma was niet verplicht. De meeste scholen waren in handen van de katholieken. De Wet van 1842 bracht daar verandering in en verplichtte alle Belgische gemeenten om lagere scholen op te richten. Die scholen waren onderworpen aan een minimumprogramma en kregen inspectie. De lessen moesten door onderwijzers gegeven worden. 

De eerste schoolstrijd domineerde de tweede helft van de 19de eeuw. Het was een strijd tussen de katholieken en liberalen. Kort samengevat, kun je zeggen dat het ging om de vraag wie de controle zou hebben over het onderwijs: de staat of de katholieke kerk.

Ook in de 19de eeuw klonken steeds meer stemmen die opkwamen voor de rechten van meisjes en vrouwen. Onderwijskansen voor meisjes uit alle lagen van de bevolking waren heel beperkt. In Oost- en West-Vlaanderen gingen meisjes bijvoorbeeld naar ‘Kantscholen’. Dat waren scholen waren meisjes leerden lezen en rekenen, maar vooral ook goedkope arbeidskrachten waren.

In 1914 werd de leerplicht ingevoerd voor kinderen van 6 tot 14 jaar. In de eerste plaats wilde men hiermee de kinderarbeid bestrijden. Veel kinderen werkten in fabrieken en mijnen om zo het loon van de ouders wat aan te dikken. Men wilde kinderen beschermen tegen uitbuiting. Er was ook sprake van politieke druk. België was een van de laatste landen in West-Europa die de leerplicht invoerde. De omliggende landen hadden dit al eerder gedaan. België kon niet achter blijven. Het uitbreken van de oorlog zorgde dat de toepassing van de wet vertraging opliep. Het duurde nog tot in de jaren 1920 voordat de leerplicht helemaal was ingevoerd.

Wanneer we het over ‘huisonderwijs’ hebben in de 19de en 20ste eeuw moeten we beseffen dat het over een heel andere vorm gaat die we de dag van vandaag kennen. Voor de invoering van de leerplicht was het gebruikelijk bij de adel en hoge burgerij om hun kinderen huisonderwijs te geven. Rijke families huurden privéleraars in die dan thuis les kwamen geven. Op de buiten waar geen scholen waren, kregen kinderen soms les van een pastoor of een familielid. De Wet van 1842 zorgde ervoor dat meer kinderen naar school konden gaan. Tijdens de schoolstrijd zag je dan weer dat heel wat katholieke families ervoor kozen hun kinderen thuis onderwijs te geven, omdat ze niet akkoord gingen met de liberale ideeën over onderwijs. Na de invoering van de leerplicht steeg het aantal schoolgaande kinderen enorm.

Terug naar het schilderij!