Brief van een vlinder aan Maria Sibylla Merian.
Creatieve opdracht door Jytte.

Maria Sybilla Merian kreeg net als wij huisonderwijs. Haar stiefvader, die schilder was, leerde haar het vak.
Over Maria Sibylla Merian (1647- 1717)
Maria Sibylla Merian was een Duitse insecten- en bloemenschilder en natuuronderzoekster die planten en insecten bestudeerde en daar gedetailleerde tekeningen van maakte. Ze
wordt door veel mensen gezien als de eerste echte entomoloog.
Ze is zonder twijfel een heel interessant persoon. En ze kreeg dus net als wij huisonderwijs.
Toen Maria Merian opgroeide, geloofden de mensen dat insecten ontstonden uit modder of rottend vlees. Het waren “beesten van de duivel”. Maria geloofde dat niet.
Maria’s vader stierf toen ze heel jong was. Haar moeder hertrouwde met de schilder Jacob Marrel. Hij leerde Maria schilderen. Marrel schilderde vooral bloemen. Hij raadde Maria aan om een bloemenschilderij tot leven te wekken door er een insect bij te tekenen. Ze was als kind vaak in de tuin op zoek naar insecten voor de schilderijen van haar stiefvader. Zo begon ze met verzamelen en onderzoeken.
Maria zag een verband tussen rupsen en vlinders. Ze kweekte rupsen en tekende elke verandering die ze zag. Zo ontdekte ze de levenscyclus van rups tot vlinder die we vandaag zo normaal vinden.
Toen ze 18 was trouwde ze. Ze kreeg twee dochters.
Schrijfster
Maria gaf verschillende boeken uit. Haar eerste boek ging over bloemen.
Bloemenboeken waren heel populair in de Renaissance. Daarna schreef ze twee boeken met haar ontdekkingen over hoe rupsen in vlinders veranderen. Toen ze 32 was, was ze niet alleen een gerespecteerd kunstenaar, maar ook een heel gerespecteerd wetenschapster.
Toen haar stiefvader Jacob Marrel stierf, verhuisde ze met haar dochters naar haar moeder in Frankfurt om haar te steunen. Haar man ging niet mee. Hun huwelijk was niet zo’n succes. Nadat ze een tijdje in Frankfurt woonde, verhuisde ze met haar moeder en dochters naar Nederland. Daar ging ze bij de labadisten wonen. Een religieuze sekte.
Naar Suriname
De labadisten hadden contacten in Suriname. Dat was geweldig voor Maria want in Suriname zijn er veel interessante insecten. Waar toen nog niet veel informatie over was. Samen met een van haar dochters vertrok ze naar Suriname. Dat is heel straf. Twee vrouwen die in die periode
mogen reizen voor de wetenschap. Jammer genoeg kreeg Maria na twee jaar malaria. En
moest ze terugkeren. Ze had een paar dozen met insecten mee die ze verder kon onderzoeken.
In Amsterdam schreef ze nog een beroemd boek over haar ontdekkingen in Suriname
Metamorphosis insectorum Surinamensium.
De Russische tsaar Peter was een grote fan van Maria. Hij kocht veel van haar werken. Daarom hangt er in Sint-Petersburg nog altijd veel werk van Maria.

Onderwijs in de Renaissance
Tijdens de Renaissance (14e – 17e eeuw) onderging het onderwijs in Europa een grote verandering. Het middeleeuwse onderwijs, dat vooral bezig was met kerkelijke leer, maakte plaats voor humanistisch onderwijs. Klassieke teksten van Griekse en Romeinse schrijvers, zoals Plato en Aristoteles, stonden centraal. Studenten kregen Latijn en Grieks om de werken te kunnen lezen.
Ook het aanbod groeide. Naast godsdienst en filosofie kwamen geschiedenis, retorica, natuurwetenschappen, wiskunde en poëzie aan bod. Het idee ontstond van de “homo universalis”, een mens (meestal man) die een brede en veelzijdige opleiding had gekregen. “Een mens kan alles doen, als hij maar wil!” Een voorbeeld van zo’n homo universalis is Leonardo Da Vinci. Hij was niet alleen ingenieur, maar ook schilder, wetenschapper en nog veel meer.
Naast het humanisme zorgde ook de boekdrukkunst voor een revolutie in het onderwijs. Boeken konden goedkoper en sneller verspreid worden. Dat zorgde dat niet enkel de elite, maar nu ook burgers konden leren.
Rijke jongens en jonge mannen kregen tijdens de Renaissance les in Latijnse scholen, universiteiten of kregen privéles aan huis. Er waren ook scholen voor wie een ambacht wou leren.
Voor meisjes zag het er tijdens de Renaissance anders uit. Onderwijs bleef beperkt. Zo gingen meisjes zelden naar universiteiten of Latijnse scholen. Zij leerden thuis lezen, schrijven en het huishouden doen. In rijke families kregen ze thuis soms privéles in muziek, kunst, literatuur en etiquette.
Het humanisme introduceerde het idee dat ook vrouwen intelligent kunnen zijn. Sommige kloosters boden meisjes de kans om te leren. Aan het einde van de Renaissance ontstonden de eerste meisjesscholen.